Op donderdag 18 maart 2010 heeft Oosterhof Holman uit Grijpskerk het certificaat ‘CO2 gecompenseerd’ in ontvangst mogen nemen. De heer Hartlief mocht namens de gelijknamige maatschap het certificaat van deze symbolische transactie overhandigen. Oosterhof Holman streeft ernaar om als eerste wegenbouwer in Nederland haar CO2-emissies van haar eigen wagenpark te compenseren. Een en ander vond plaats tijdens de relatiemiddag met het thema ‘Duurzaamheid in het veld’ te Kootstertille.
Om de eigen transportemissies in de toekomst op een kosteneffectieve wijze te kunnen compenseren, hebben Oosterhof Holman en Maatschap Hartlief besloten een concept CO2-projectplan te ontwikkelen rondom de mestvergister van Hartlief. Maatschap Hartlief zorgt voor de productie en levering van 9,7 miljoen kWh hernieuwbare energie per jaar. De daarmee gepaard gaande CO2-besparing kan in principe gebruikt worden om CO2-emissies elders te compenseren. Dit in eigen land compenseren van transportemissies is vergelijkbaar met het compenseren van de CO2-emissies als gevolg van de vliegvakantie, waarvoor vaak in het buitenland bomen worden aangeplant.
Met de symbolische overdracht van CO2-certificaten wil Oosterhof Holman samen met Hartlief aandacht vragen voor de verslechterende marktcondities rondom exploitatie van mestvergisters in Nederland (bron Rabobank). Waar in het buitenland de kleinschalige duurzame energieprojecten momenteel vaak wel CO2-rechten (via JI of CDM) kunnen genereren is dit in Nederland tot op heden niet goed van de grond gekomen. Ook de vrijwillige CO2-markt heeft in Nederland vooralsnog niet echt van zich doen laten spreken. Door de status quo lijkt duurzaam en/of maatschappelijk verantwoord ondernemen momenteel nog geen echte business te kunnen worden.
Oosterhof Holman tracht nu de CO2-markt in Noord-Nederland vlot te trekken door stelling te nemen voor CO2 gecompenseerd rijden. Los van het feit dat er momenteel slecht zeer gering een gedegen afzetkanaal gevonden kan worden voor vrijwillige CO2-rechten, speelt ook vaak de onbekendheid bij het MKB ten aanzien van de spelregels rondom CO2-boekhouding veel goede initiatieven parten.
Om een claim op CO2-besparing te kunnen neerleggen dient er een CO2-projectplan opgesteld te worden die aangeeft hoe, waar en hoeveel broeikasgasemissies er (netto) vermeden worden. Voor het project ‘Harlief’ is E-Invest aangesteld om de CO2-berekening uit te voeren en heeft Joint Implementation Network (JIN) advies gegeven over hoe deze te verfijnen en te verbeteren. Hierbij worden de internationaal geldende spelregels van het zogenaamde Clean Development Mechanism (CDM) gevolg. Door hierbij meteen aan te sluiten op bestaande boekhoudstandaarden hebben de ontwikkelde berekeningsmethoden ook internationale houdbaarheid. Los van het ontwikkelen van ‘good practices’ ten aanzien van CO2-boekhouding, dienen CO2-projecplannen ook altijd de zogenaamde additionaliteit van het project aan te tonen. Dit beginsel geldt zowel voor de internationale als de vrijwillige CO2-markten en is vaak onderwerp van discussie.
Het additionaliteitsbeginsel houdt in dat een projectinitiatief pas CO2-rechten mag claimen als het zonder de opbrengst van de verkoop van CO2-rechten niet had kunnen bestaan. Dit wil zeggen dat reeds bestaande en rendabele projecten, bijvoorbeeld wanneer deze voldoende subsidie krijgen, in principe geen aanspraak mogen maken op CO2-rechten. Voor die projecten die – op basis van een controleerbare onderbouwing - kunnen aantonen dat er een exploitatietekort is of waar er dusdanige beleidsmatige barrières zijn zodat projecten niet van de grond komen kan de CO2-markt uitkomst bieden. Feitelijk kan het mechanisme er voor zorgen dat het MKB minder afhankelijk wordt van het vigerende subsidiebeleid van de overheid en dat er meer private geldstromen voor kleinschalige initiatieven kunnen vrijkomen.
In het evaluatierapport stelt JIN dat het concept CO2-projectplan qua aard en opzet niet zou slagen voor de additionaliteitstoets, omdat het project reeds loopt en dat deze ‘CO2-deal’ geen verhandelbare CO2-rechten oplevert en meer een symbolische waarde heeft. Toekomstige claims voor nieuwe vergistingsprojecten kunnen mogelijk wel CO2-besparingsclaims neerleggen.
Met de gestelde ambitie wil Oosterhof Holman verdere invulling aan haar profiel van maatschappelijk verantwoord ondernemer en wil zij ervoor zorg dragen dat duurzame energie initiatieven in de toekomst kunnen uitzien naar een meer rendabele exploitatie. De symbolische overdracht van het CO2-certificaat is een signaal aan zowel de publieke als private sector en spreekt de wens uit om gezamenlijk de kansen en mogelijkheden die de CO2-markt kan bieden te verzilveren. Stichting Energy Valley en Bio Energie Noord zijn ook op de hoogte gesteld van dit initiatief en zien de kansen die de CO2-markt kan bieden voor zowel innovatie en plattelandsontwikkeling.
JIN dringt aan op openheid en transparantie ten aanzien van de te ontwikkelen rekenstandaarden, zodat de kwaliteit van CO2-besparingsclaims goed gewaarborgd kan worden. De kwaliteit van de monitoring doorslaggevend zijn voor het vertrouwen dat met heeft in de CO2-markt, waarbij Oosterhof Holman de hoop uitspreekt dat uiteindelijk ook de overheid de daad bij het woord zal voegen door diensten en producten op grond van de gewaarborgde duurzaamheidsprestaties in te kopen.
Oosterhof Holman is actief op het gebied van duurzame energie, milieu en de grond-, weg- en waterbouw. Als meedenkende partner overziet zij de hele keten van concept- tot exploitatiefase. Door bundeling van de specifieke kennis en ervaring van de vier werkmaatschappijen kunnen zij de eindgebruikers laten genieten in een duurzame omgeving.
Zie hier voor de foto's van de certificaatuitreiking en de relatiemiddag over 'Duurzaamheid in het veld'.
| Donderdag 26 januari `12 | |
| Zondag 01 januari `12 | |
Oosterhof Holman gecertificeerd voor niveau 5 van de CO₂-prestatieladder! |
Donderdag 22 december `11 |
| Donderdag 01 december `11 | |
Oosterhof Holman realiseert grootste hevelconstructies van Nederland |
Vrijdag 28 oktober `11 |



