Je bent hier: Home / Nieuws / Kunstmest vergif voor maïsplant

Lettergrootte: Tekst groter Tekst kleiner Beginwaarde

Print deze paginaPrint deze pagina

Kunstmest vergif voor maïsplant

Woensdag 15 oktober `08

Na wegen van het versgewicht van de stroken op het Triferto bemestingsproefveld bij Wienco Remmelink in Zuidvelde, reageert de akkerbouwer opgetogen. De baan waar alleen digestaat en varkensdrijfmest is uitgereden, komt als beste uit de bus. “Kunstmest is vergif voor de plant, dat roep ik al jaren”, geeft hij aan met een knipoog.

 

In Zuidvelde test de groothandel in meststoffen Triferto op zes velden, met een lengte van vijftig bij drie meter de toegevoegde waarde van twee bodemvruchtbaarheidverbeteraars. “Piadin verhoogt de stikstofbenutting van drijfmest en Humifirst stimuleert de fosfaatwerking en wortelontwikkeling”, vertelt productmanager Lex Slootweg. “Samen bevorderden ze de gewasgroei en verminderen de benodigde (kunst)mestgift; bij aanscherpende milieuwetgeving een welkome ontwikkeling.”

 

Piadin remt bodembacteriën die ammoniumstikstof in de nitraatvariant omzetten. “Dit proces beperkt de uitspoeling op gronden met gras en akkerbouwgewassen als maïs”, licht Slootweg toe. De stikstof komt geleidelijker vrij, waardoor de plant het gedoseerd opneemt. “Voor de duidelijkheid: dit product verandert niks aan de drijfmestsamenstelling, maar ‘prikkelt’ de nitrificerende bacteriën in grond.”

 

De dosering blijkt daarnaast afhankelijk van het tijdstip van uitrijden en niet de mestgift. “Hoe later in het seizoen, des te minder Piadin er door de verlaagde kans op uitspoeling gebruikt hoeft te worden: op 1 februari vier liter pet hectare gras, waarna op 1 april slechts twee nodig is. Voor maïs geldt de voorjaarstoepassing met vier liter per bunder”, geeft de specialist aan. “De vloeistof is al in de opslag toe te voegen of tijdens het vullen van de mesttank.”

 

 

Hogere opbrengst

 

 

Op zand vindt het grootste stikstofverlies plaats en daar valt volgens Slootweg voor boeren en akkerbouwers dus de meeste winst te behalen. “Het waterbergend vermogen is bij die ondergrond het laagst. “Proeven tussen 2005 en 2008 op gras tonen gemiddeld over alle sneden en bodemsoorten een 7 procent hogere opbrengst. “Niet enkel in droog stofgewicht, maar ook in VEM en ruweiwit gehaltes.”

 

Voor snijmaïs valt de stijging zelfs nog hoger uit: 13 procent. “De zetmeelopbrengst pakt eveneens hoger uit”, weet Slootweg. Die relatieve voederwaardecijfers van het hakselen van de zes Pioneer K13 proefveldjes, vorige week vrijdag, heeft hij nog niet. In Zuidvelde liggen objecten mét en zonder kunstmest, Piadin en Humifirst; een natuurproduct afgegraven uit de afgestorven oerbossen van het Amerikaanse Dakota. “Ten opzichte van de strook zonder rijenbemesting, geeft de baan met een combinatie van deze drie middelen een 2,5 procent hoger versgewicht; 982 tegen 960 kilo.”

 

Naast het Piadin-gedeelte liggen de drie banen onbehandelde maïs. Ook hier hetzelfde recept: zonder rijenbemesting, een met 150 kilogram 20-20 (het percentage stikstof/fosfaat) per hectare en tenslotte de strook met 17- 5, aangevuld met 5 procent Humifirst. Net als Remmelink is Slootweg verrast over de uitkomst van het object zonder kunstmest. “De andere banen vertonen wat we verwacht hadden, maar deze springt er met 1012 kilo echt uit. Bij 20- 20 bedraagt het gewicht 986 kilo en bij Humifirst 944 kilo.”

 

 

Geijkt

 

 

Gerrit Lammers van Pioneer draagt als verklaring aan dat dit veld meer licht kreeg, aangezien het als enige in de proef naast een kort ras lag. Slootweg hamert er echter op, geen voorbarige conclusies te trekken: “Qua gewicht doet deze strook het zeker goed, maar we weten pas meer als de drogestofgehaltes en voederwaardes bekend zijn. Ik verwacht dan een heel ander beeld. “Aan de mestinjecteur ligt het niet, verzekert Remmelink. “Die is geijkt en alle percelen kregen dezelfde hoeveelheid. We houden ons netjes aan de regels.”

 

De akkerbouwer onderschrijft de woorden van de productmanager; maar plaatst wel een kanttekening bij de aangekaarte voederwaardes. Die zijn pas over enkele weken bekend. “Natuurlijk is dat belangrijk, maar neem dan wel gelijk het kostenplaatje van kunstmest, Piadin en Humifirst mee. Heb je dan nog steeds het beste rendement?”

 

Zelf rijdt Remmelink op zijn tachtig hectare maïsland alleen digestaat uit de eigen vergister uit. De oogst van zijn Pioneer F58 blijkt prima: zeventig ton per hectare. “Ik kies bewust voor digestaat en dat legt me ook financieel geen windeieren.”

 

 

Bron: Nieuwe Oogst - nr. 4 (oktober 2008)


Projecten


Op onze projecten pagina vindt u een overzicht van lopende en afgeronde projecten.