Je bent hier: Home / Milieutechniek / Activiteiten / Duurzame energie / Actueel / Wat gaan we doen met het digestaat?

Lettergrootte: Tekst groter Tekst kleiner Beginwaarde

Print deze paginaPrint deze pagina

Wat gaan we doen met het digestaat?

Woensdag 09 april `08

Wat gaan we doen met het digestaat? De ruim 60 biogasinstallaties in Nederland kampen met afzetproblemen van het digestaat. Het restproduct dat vrijkomt bij (co-)vergisting moet vaak worden afgevoerd terwijl dit zelfs kan concurreren met kunstmest. En hoe zit het eigenlijk met de stikstofwerking van het digestaat?

 

Om een mestvergistingsinstallatie rendabel te kunnen maken, moeten er organische materialen aan de mest worden toegevoegd, het liefst energierijke producten. Voor elke ton aan toegestane bijproducten, neemt ook de hoeveelheid digestaat toe. Extensieve veehouders hebben tot nu toe niet veel problemen met de afzet van het digestaat, ze kunnen het vaak op eigen land kwijt. Dit geldt echter niet voor de grootste groep boeren. De afzet kost hen veel geld. Bedrijfsleider Mart Smolders van Praktijkcentrum Varkenshouderij in het Noord-Brabantse Sterksel luidt de noodklok. ,,De afzet is onbetaalbaar. Deze winter kostte het ons 27 â 28 euro per kuub, nu is dat 21 â 22 euro per kuub. De prijs moet zakken omdat die simpelweg niet op te brengen is voor de varkenshouderij.”

 

 

Onlogisch

 

 

Met de huidige afzetkosten van het digestaat is een mestvergister volgens Smolders absoluut niet rendabel te krijgen voor varkensbedrijven. ,,De aanwezigheid van een vergister gaat dan ten koste van je concurrentiepositie.” Deze zorgen worden gedeeld door Durk Durksz, hoofd van praktijkcentrum voor melkveehouderij Nij Bosma Zathe in Goutum bij Leeuwarden. Op dit moment kan deze proefboerderij het digestaat nog wel kwijt op eigen land. ,,Maar dat komt uit een kleine onderzoeksvergister. Als de nieuwe vergister straks draait, moeten we het, ook afvoeren”, aldus Durksz. Hij wijst op een onderzoek van PPO-agv Lelystad waaruit blijkt dat het restproduct uit de vergister een goede kwaliteit heeft. ,,Het gaat zelfs richting kunstmest. Dan is het toch onlogisch dat we dit digestaat moeten afvoeren en kunstmest aanvoeren?” Ook vanuit de politiek neemt de druk toe om de afzet van digestaat te vergemakkelijken. Zo is vorige maand een voorstel hierover van Europarlementariër Jan Mulder (VVD) met grote meerderheid aangenomen in het Europees Parlement.

 

Mulders voorstel vraagt om de definitie van dierlijke mest onder de nitraatrichtlijn te herzien. Volgens deze richtlijn moet alle digestaat van mestvergisters als dierlijke mest worden gezien. ,,Het gebruik van kunstmest wordt bevorderd door de belemmeringen op het gebruik van digestaat onder de nitraatrichtlijn. Dat moet veranderen. Digestaat moet niet als dierlijke mest worden bestempeld, maar als kunstmest”, pleit Mulder. Dit probleem speelt volgens Mulder ook in Duitsland, waar wel 3.500 vergisters staan. ,,De Duitse parlementariërs hebben mijn voorstel van harte ondersteund.”

 

Maar wat is nu de status van dit aangenomen voorstel? ,,Het is een signaal aan de Europese Commissie. Zij moet ervoor zorgen dat de wet hierop wordt aangepast. Als dat over een half jaar nog niet is gebeurd, trek ik opnieuw aan de bel.” Ook de Vaste Kamercommissie voor LNV heeft afgelopen december bij de evaluatie van de meststoffenwet specifiek gevraagd naar de mogelijkheden om digestaat aan te merken als kunstmestvervangers. De Kamerleden voelden zich daarbij gesteund door het onderzoeksrapport ‘Verkenning perspectieven van producten uit mestverwerking voor toelating als EG-meststof’.

 

 

Export

 

 

Durksz: ,,Het is dus onder de aandacht van de politiek, maar dat betekent niet dat er veel schot in de zaak zit.” Zijn collega Smolders ziet in het politieke streven om producten uit mestverwerking aan te merken als kunstmestvervanger ook geen oplossing op de korte termijn voor de afzetproblematiek, De bedrijfsleider ziet voor de korte termijn meer in export van het digestaat naar Duitsland en op lange termijn in nieuwe technieken van mestvergisting die geschikt zijn voor meer ondernemers, waarbij de warrntebron beter wordt benut. Kleinschalige vergisters van minder dan 100 kW, gebaseerd op turbinetechniek, kunnen volgens hem voor de intensieve veehouderij aantrekkelijker zijn aangezien die gericht zijn op energie uit de mest en eigen gebruik van de energie.

 

Ook Durksz denkt dat exporteren naar de Oosterburen goed kan en ziet verder een mogelijkheid tot het indrogen van de mest. Maar dat is economisch nog niet interessant. Het aanmerken als kunstmestvervanger moet het streven blijven.” De hoge kosten van de mestafzet vragen wel om een snelle oplossing. Smolders: ,,De situatie is nijpend. De afzetkosten moeten terug naar zeker onder de 15 euro per kuub.”

 

 

Kwaliteit

 

 

Over de kwaliteit van het digestaat is de bedrijfsleider van Praktijkcentrum Varkenshouderij zeer te spreken. Die mening deelt zijn Friese collega. In eerste instantie was ik er wel bezorgd over. De organische stof wordt tijdens het vergistingsproces afgebroken. Dat zou betekenen dat er minder organische stof vrijkomt in de grond en dat is juist de basis voor een goed bodemleven.”

 

Het PPO-onderzoek heeft Durksz gerustgesteld. De belangrijkste conclusies uit de praktijkstudie, waarvoor het Praktijkcentrum ook mest heeft geleverd, is dat de stikstofwerking van digestaat hoger is dan die van niet vergiste mest en dat een groter deel van de nutriënten in direct opneembare vorm voor de plant aanwezig is. Hierdoor kan er op kunstmeststikstof worden bespaard. Volgens de onderzoekers kleven er geen nadelen aan de toepassing van digestaat. ,,Het mes snijdt aan drie kanten als er digestaat wordt uitgereden in plaats van kunstmest: je hoeft geen kunstmest te kopen, je hoeft geen mest af te voeren en er is geen productie van kunstmest nodig”, zegt Durksz.

 

 

Bron: Veldpost - 5 april 2008