Je bent hier: Home / Milieutechniek / Activiteiten / Bodemsanering / Grondsanering

Lettergrootte: Tekst groter Tekst kleiner Beginwaarde

Print deze paginaPrint deze pagina

Grondsanering

De Nederlandse bodem is op plekken zo zwaar verontreinigd dat deze schoongemaakt moet worden. Deze verontreinigingen kunnen komen door activiteiten zoals het dumpen van giftige stoffen op vuilnisbelten, lekkages bij industriële locaties en wasserettes of in de landbouw door het gebruik van bestrijdingsmiddelen.

 

Er zijn vele grondsaneringen uitgevoerd sinds de ontdekking van grootschalige bodemverontreinigingen begin jaren tachtig. Lekkerkerk had de twijfelachtige eer de eerste gemeente te zijn met een ernstig vervuilde woonwijk. Het land was in rep en roer. Niet wetende dat er nog vele gevallen van bodemverontreiniging zouden volgen.

 

De rijksoverheid besloot dat binnen een periode van pakweg tien jaar alle verontreinigde locaties in Nederland volledig gesaneerd moesten zijn, om ze weer multifunctioneel inzetbaar te maken. Al snel bleek dat dit geen haalbare kaart was, want er was veel meer verontreinigde grond dan aanvankelijk werd gedacht. Van oude gasfabrieksterreinen en bedrijventerreinen in binnensteden tot stortplaatsen en landbouwgronden. De schoonmaakoperatie zou op die manier meer dan honderd jaar duren, tegen hoge kosten. En ruimtelijke ontwikkelingen zouden intussen stagneren.

 

De overheid koos daarom in 1997 voor een pragmatische aanpak. Niet het volledig schoonmaken van de terreinen stond centraal, maar het beheersbaar maken van de risico’s. Hoe schoon een grond moet worden, hangt sindsdien af van de bestemming van de grond. De grond onder een parkeergarage bijvoorbeeld hoeft niet even schoon te zijn als grond voor een woonwijk. Bij ruimtelijke ordening en inrichting moet dan ook al in een vroegtijdig stadium rekening worden gehouden met de toestand van de bodem. Voor mobiele verontreinigingen, die zich via het grondwater verspreiden, krijgen actoren meer ruimte voor het realiseren van gebiedsgerichte oplossingen.

 

Met dit nieuwe beleid wil de overheid op z’n laatst in 2030 alle ernstige gevallen van bodemverontreiniging onder controle hebben. Dit schept ook tijd om maximaal gebruik te maken van de biologische in-situ technieken die de afgelopen jaren hun intrede hebben gedaan. Deze maken gebruik van de natuurlijke afbraakcapaciteit van de bodem en leveren de nodige besparingen op. Al met al is er ruimte ontstaan voor innovatieve ontwikkelingen. En met deze ruimte is veel mogelijk! In februari 2006 is het 'Besluit Uniforme Saneringen' (BUS) in werking getreden. Deze landelijke uniforme regeling maakt het mogelijk eenvoudige saneringen in kortere tijd af te ronden.

 

Voor het verwijderen van verontreinigingen onderscheiden we de volgende grondsaneringstechnieken:

  • Bij een on-situ sanering wordt verontreinigde grond afgegraven en ter plaatse gereinigd en teruggestort;
  • Bij een ex-situ sanering wordt verontreinigde grond afgegraven en afgevoerd voor behandeling en/of verwerking elders en wordt schone grond/zand verwerkt op de afgegraven locatie;
  • Bij een in-situ sanering wordt verontreiniging uit de bodem verwijderd zonder dat grondverzet noodzakelijk is en zonder verstoring van de bedrijfsvoering. Het gebruik van deze techniek is daarom met name geschikt voor locaties waar sanering via afgraven problemen met zich mee kan brengen, bijv. door aanwezigheid van infrastructuur of bebouwing. Doordat in situ technieken met een beperkte verstoring van de bodem kunnen worden ingezet, blijft de bodemopbouw en structuur behouden. In-situ technieken:
    • Verwijdering van verontreinigende stoffen via het grondwater;
    • Verwijdering van verontreinigende stoffen via de bodemlucht;
    • Verwijdering van verontreinigende stoffen door biologische of chemische omzetting.


Oosterhof Holman Milieutechniek heeft jarenlange ervaring met de uitvoering van grondsaneringen volgens bovenstaande technieken.

Projecten


Op onze projecten pagina vindt u een overzicht van lopende en afgeronde projecten.